De Nederlandse kansspelmarkt onder druk: kansspelbelasting en online restricties knijpen de branche
De Nederlandse kansspelmarkt maakt zware jaren door. Wat tijdens de coronaperiode begon met gesloten speelhallen en lege amusementscentra, is uitgegroeid tot een structurele krimp die het landgebonden aanbod hard raakt. Tegelijkertijd stapelen de maatregelen zich op: een kansspelbelasting die in twee jaar tijd flink omhoog ging en een online markt die steeds strakker wordt gereguleerd. De combinatie van die twee bewegingen zet ondernemers in een lastige spagaat. In deze blog zetten we de belangrijkste ontwikkelingen op een rij en kijken we naar wat ze betekenen voor de branche.
Een markt die na corona niet meer terugveerde
De lockdowns hakten er hard in, maar het echte probleem is dat het herstel uitbleef. De omzetten van landgebonden speelautomaten in amusementscentra en horeca kwamen na de coronaperiode simpelweg niet meer terug op het oude niveau. Sterker nog: de totale omzet uit de speelautomatensector ligt inmiddels bijna een derde lager dan in 2019. Speelautomatencasino's — de amusementscentra of speelhallen — draaien al meerdere jaren op rij verlies, gemiddeld rond de elf procent per jaar.
Vooral het horecasegment loopt leeg. Het legale aanbod van speelautomaten in cafés en restaurants is met bijna veertig procent weggevallen. Daarmee zet zich een trend voort die eigenlijk al decennia gaande is: waar er begin deze eeuw nog tienduizenden gokkasten in de horeca stonden, is dat aantal jaar na jaar gedaald. De coronaperiode en de daaropvolgende kostenstijgingen hebben die neergang alleen maar versneld.
Ook de bredere landgebonden sector voelt de druk. Het brutospelresultaat van de landgebonden casino's , speelhallen en Holland Casino samen, daalde in 2024 met enkele tientallen miljoenen euro's. Opvallend genoeg gaat het niet met de hele markt slecht: de grote loterijen zagen hun omzet juist stijgen. Dat verschil legt precies de pijnplek van de branche bloot, want loterijen worden fiscaal heel anders behandeld dan speelautomaten en casino's.
De kansspelbelasting als breekijzer
Geen onderwerp dat de branche de afgelopen tijd zo bezighoudt als de kansspelbelasting. Het tarief is in korte tijd in stappen fors opgeschroefd: van 30,5 procent in 2024 naar 34,2 procent in 2025, en per 1 januari 2026 naar 37,8 procent. Een paar jaar geleden lag het tarief nog rond de 29 procent. Het kabinet voerde de verhoging gefaseerd door om de sector tijd te geven de hogere lasten op te vangen, en rekende zichzelf met de operatie ruim tweehonderd miljoen euro aan extra inkomsten toe.
De crux zit hem niet alleen in het percentage, maar vooral in de grondslag. De kansspelbelasting wordt voor de landgebonden sector geheven over het bruto spelresultaat, de inzet minus de uitgekeerde prijzen, en dus niet over de winst. Dat maakt het effect onevenredig groot. Volgens een analyse van KPMG leidt elke procentpunt extra belasting tot ongeveer twintig procent meer verlies bij exploitanten van speelautomaten. Anders dan veel andere bedrijfstakken kan de branche die kostenstijging bovendien nauwelijks doorberekenen, doordat de maximale inworpen bij speelautomaten al jarenlang wettelijk vastliggen.
En dan de paradox die het hele beleid op losse schroeven zet. De verhoging moest geld in het laatje brengen, maar het tegenovergestelde gebeurde. De Kansspelautoriteit constateerde dat de belastinginkomsten na de eerste verhoging niet stegen maar daalden: de opbrengsten vielen ongeveer veertig miljoen euro lager uit dan het jaar ervoor, een daling van zo'n vijf procent. Ook online gokbedrijven droegen in 2025 fors minder af dan verwacht. De verklaring is even simpel als zorgwekkend voor de schatkist: hogere lasten knijpen de marges van legale aanbieders dicht en jagen spelers richting goedkoper, onvergund aanbod. Zowel de Kansspelautoriteit als het ministerie hadden vooraf voor dit effect gewaarschuwd.
Online gokken: legaal aanbod steeds strakker gereguleerd
Terwijl de landgebonden sector kampt met belastingdruk, krijgt de online markt te maken met een almaar dichter regelnet. Sinds de legalisering in 2021 is de basiswet niet veranderd, maar het aantal aanvullende regels en de strengheid van het toezicht zijn flink toegenomen.
De reclameregels gingen als eerste op de schop. Sinds medio 2023 is ongerichte reclame, op radio, televisie, in kranten en in de buitenruimte verboden. Daarna volgde een verbod op het sponsoren van evenementen, en sinds 1 juli 2025 is vrijwel alle sponsoring van de baan. Online reclame mag alleen nog als die zich nagenoeg uitsluitend richt op mensen van 24 jaar en ouder.
Minstens zo ingrijpend zijn de regels rond verantwoord spelen. Sinds 1 oktober 2024 gelden er verplichte stortingslimieten: nieuwe spelers mogen maximaal 350 euro per maand storten, en jongvolwassenen tot 24 jaar maximaal 150 euro. Wie zijn limiet wil verhogen, moet eerst aantonen daarvoor voldoende financiële ruimte te hebben, en aanbieders zijn verplicht spelers nadrukkelijk te wijzen op hun speelgedrag. De Kansspelautoriteit heeft voor 2026 aangekondigd het toezicht hierop verder aan te scherpen, met onder meer extra controles op speellimieten, het toetsen van de financiële draagkracht en het sneller ingrijpen bij risicovol gedrag.
Daar blijft het niet bij. Er ligt een wetsvoorstel klaar dat de minimumleeftijd voor de meest risicovolle online gokproducten wil optrekken van 18 naar 21 jaar, een overkoepelende stortingslimiet over alle vergunde aanbieders heen wil invoeren en de reclameregels verder wil aanscherpen. De daadwerkelijke invoering daarvan wordt niet voor 2027 of 2028 verwacht, maar de richting is onmiskenbaar: strenger, op alle fronten. In Den Haag klinkt zelfs de wens voor een totaalverbod op gokreclame en een beperking van het aantal vergunningen.
De keerzijde: verschuiving naar illegaal aanbod
Al die maatregelen hebben een duidelijk doel. Kwetsbare spelers beschermen en problematisch gokken terugdringen, maar ze kennen een ongemakkelijke keerzijde. Hoe strenger en duurder het legale aanbod wordt, hoe aantrekkelijker het onvergunde alternatief. En dat alternatief wint terrein. In 2025 had het illegale aanbod naar schatting iets meer dan de helft van de markt in handen, tegenover net iets minder dan de helft voor de legale aanbieders. Daarmee is een van de kerndoelen van de legalisering, spelers naar een veilig, gereguleerd kanaal leiden verder uit zicht geraakt.
Voor vergunde Nederlandse aanbieders ontstaat zo een oneerlijke concurrentiepositie. Zij dragen de volledige belastingdruk, houden zich aan limieten en zorgplicht, en mogen nauwelijks reclame maken, terwijl buitenlandse sites zonder Nederlandse vergunning buiten het bereik van de toezichthouder vallen. Het is precies dit mechanisme waarvoor de branche, de toezichthouder en zelfs het ministerie hebben gewaarschuwd.
Vooruitblik: wat staat de branche te wachten?
De komende periode wordt spannend voor de sector. In het najaar van 2026 verlopen de eerste vijfjarige online vergunningen en moeten ze worden verlengd. Een natuurlijk moment voor de overheid om de teugels verder aan te halen. Tegelijkertijd groeit de roep om tariefdifferentiatie, waarbij de offline kansspelsector een lager belastingtarief zou krijgen dan de online markt. KPMG concludeerde dat dit juridisch mogelijk is en in andere EU-landen al praktijk is, en de Tweede Kamer heeft de regering eerder via een amendement zelfs opdracht gegeven die route te onderzoeken.
Of het zover komt, is onzeker. Het kabinet houdt vooralsnog vast aan de ingezette koers en wijst oproepen om de verhoging te bevriezen af. Wat wel vaststaat, is dat de combinatie van een krimpende landgebonden markt, een belasting die over de omzet in plaats van de winst wordt geheven en een steeds strakker gereguleerde online sector de hele branche dwingt tot heroverweging. Voor exploitanten van speelautomaten betekent dit scherp sturen op kosten, en voor de politiek de lastige opgave om spelersbescherming en een gezonde, vergunde markt met elkaar in balans te brengen voordat de speler definitief naar het illegale circuit verdwijnt.

